De openbare ruimte verhaalt over het beeld dat een stad van zichzelf wil laten zien. Ook een kleine, enigszins ondergeschoven plek kan een verhaal dragen. In die zin is de openbare ruimte een podium. De instellingen aan de Passage zijn op uiteenlopende manieren verbonden aan een cultureel podium, waardoor de gedachte aan een scène zich vanzelf opdringt: een stil uit een film of een pauzebeeld tijdens een voorstelling.
Ons beeldvoorstel is een sculptuur van formaat dat zich in deze tussenruimte, in de routing tussen de bestaande podia, nadrukkelijk en met een vleugje bravoure manifesteert. Het etaleert zichzelf en maakt van de plek een eigen podium. De figuur presenteert zich vol overgave en transformeert de doorgang tot een kort intermezzo binnen een grotere voorstelling.
Aan de zijde van het terras van Graaf van Vlaanderen ligt een sprookjesachtige, op een faun geïnspireerde figuur. Half mens, half dier: het lichaam van een achtjarig jongetje gecombineerd met de markante kop van een eekhoorn. De figuur steunt op één arm, waardoor het bovenlichaam licht oprijst; de andere hand rust losjes op een opgetrokken knie. Door de maat en houding kijkt een volwassen bezoeker de figuur recht in de ogen.
Het beeld is realistisch uitgevoerd in brons. De vacht is gedetailleerd en loopt vanaf de kop over in het bovenlichaam, waar deze als een soort kledingstuk aansluit. Op de grond, tegen de figuur aan, ligt een grote eikel. De figuur leunt erop en houdt hem achteloos vast, maar het gebaar maakt duidelijk dat deze vondst is toegeëigend.
De houding van de figuur verwijst naar de klassieke ‘reclining figure’, een motief dat onder meer bekend is uit het werk van Henry Moore. Het is een pose die zowel past bij de parmantigheid van de eekhoorn als bij het idee van poseren: zichtbaar zijn, bekeken worden.
De lichaamstaal is ontspannen en uitnodigend. De figuur lijkt een moment voor zichzelf te hebben, maar blijft zich tegelijk bewust van zijn publiek. Als een acteur die zich backstage even terugtrekt, maar altijd klaar is voor interactie. Niet met een sigaret, maar met een eikel als attribuut. Tegelijk nodigt de figuur uit tot een fysieke ontmoeting met het publiek.
Door deze aanwezigheid krijgt de passage iets van een buitenfoyer: een plek waar ontmoeting, presentatie en verbeelding samenkomen, en waar voortdurend wordt gewisseld tussen performance, film, tentoonstelling en verblijf.
Hoewel Apeldoorn bekendheid geniet door campagnes als die van Centraal Beheer, ligt de werkelijke aantrekkingskracht in de nabijheid van de Veluwe. Dit uitgestrekte natuurgebied vormt een wezenlijk onderdeel van de identiteit van de stad en verdient ook in het centrum een zichtbare weerklank.
In plaats van de bekende ‘Big Five’ van de Veluwe kiezen wij voor een ander dier: de eekhoorn. Deze kleine acrobaat van het bos, met zijn speelse energie en expressieve voorkomen, is bij uitstek een performer. Zijn beweeglijkheid en jeugdige uitstraling maken hem tot een vanzelfsprekende hoofdrolspeler.
Door de eekhoorn te laten samensmelten met het lichaam van een kind ontstaat een fantasierijke, sprookjesachtige figuur die het alledaagse overstijgt. Daarmee weerspiegelt het beeld de ervaring van het Cultuurkwartier: een plek waar verbeelding, spel en verwondering centraal staan.
Het podium dat hier ontstaat is open en uitnodigend, met name voor kinderen. Het beeld nodigt uit tot deelname, tot spel en tot het maken van eigen beelden en herinneringen. Zo wordt iedere ontmoeting onderdeel van een steeds veranderende voorstelling.