In God we Trust

Het thema van de IJsselbiënale 2017 is klimaatverandering. Met alle activiteit en werkzaamheden voor Ruimte voor de Rivier is dat een actueel en zichtbaar thema. Vanuit menselijk perspectief zijn de klimaatverandering en de gevolgen daarvan geen sinecure. Want wij mensen hebben wat te verliezen. En we doen er veel aan om die dreiging het hoofd te bieden. Onze overlevingsstrategie daarbij is gebaseerd op een beheersmodel: een vrij technische benadering, door controle over de natuur.

Maar wat als het op den duur echt uit de hand loopt? Als we niet in staat blijken om blijvend te beheersen en te controleren. Als er een grens is aan ons menselijk vermogen. Is er dan sprake van een apocalyptische dreiging? Zijn er dan alleen verliezers? Of is het verlies alleen aan ons? En biedt dat verlies juist kansen voor iets anders?

Wildernis

Door klimaatverandering kan het landschap zoals we dat kennen veranderen en misschien zelfs verdwijnen. Maar dat wil niet zeggen dat de natuur verdwijnt. Wat wij mensen – in het ergste geval – zien als een dreiging, kan voor de natuur juist nieuwe mogelijkheden bieden: een blanco canvas voor nieuw leven, een terugkeer van echte wildernis.

Misschien is die wildernis er altijd al geweest, verborgen en wachtend. Een kracht buiten onze kennis om, die verlangt om weer vrij spel te krijgen. Een kracht die bestaat naast de wereld die wij begrijpen.

Hebben wij weer goden nodig?

Toen wij de wereld nog niet wetenschappelijk konden verklaren, gaven we natuurkrachten een gezicht. Zo ontstonden goden en mythes. Niet uit onwetendheid alleen, maar ook uit de behoefte om het ongrijpbare een plek te geven.

Voor dit beeld voor de IJsselbiënnale zoeken wij naar zo’n vorm. Niet om wetenschap te ontkennen, maar om ruimte te geven aan het mythische, aan verwondering en verbeelding. We geven klimaatverandering een gezicht.

Mythische figuur

Onze inspiratie komt uit de mythologie. PAN, de Griekse god van het woud en het dierlijk instinct, is een belangrijke referentie. Hij staat voor natuur als allesomvattende kracht.

Wat ons fascineert is de hybride vorm van mens en dier. In ons beeld zoeken we naar dat spanningsveld: dreigend en lieflijk, krachtig en kwetsbaar, beheerst en ongebreideld. Oude mythologie in een nieuwe vorm.

Jong lijf, oude ziel

De natuur als oerkracht krijgt vorm in een jong lichaam. We gebruiken een jongetje van ongeveer tien jaar als model: kwetsbaar en onschuldig, maar ook veerkrachtig en vol potentie.

Hij zit op de rand van het gemaal, uitkijkend over het landschap. Zijn houding is beschouwend en afwachtend, alsof hij wacht op het moment dat hij kan handelen. Als een zaadje dat ontkiemt, als een roofdier vlak voor de sprong.

Gemaal en landschap

De locatie – het gemaal in het landschap van de IJssel – vormt een belangrijk onderdeel van het werk. Het ligt op een kruispunt van routes en fungeert als rustpunt voor bezoekers. Het uitzicht over de Voorster Klei en richting Zutphen geeft het landschap een gevoel van grootsheid.

Het beeld wordt opgeschaald tot circa 7,5 meter en geplaatst op de dakrand. Hierdoor verandert de beleving van zowel het gebouw als het landschap. Het gemaal wordt als het ware een zitplek, terwijl het beeld de ruimte domineert.

Transformatie

In de uitwerking transformeren we het jongetje tot een mythisch wezen. Niet de identiteit van een persoon staat centraal, maar die van een wezen. Het gezicht wordt minder specifiek, het lichaam blijft herkenbaar.

Het contrast tussen een kinderlichaam en monumentale schaal creëert spanning tussen kwetsbaarheid en kracht. Door elementen uit planten en dieren toe te voegen – zoals doornen van wilde planten – ontstaat een hybride figuur die verwijst naar overlevingsdrang en natuurkracht.