Het slavernijverleden is onderdeel van de Nederlandse geschiedenis.
Dit is wat de Gemeente Tilburg zichtbaar wil maken met het initiatief voor een Herdenkingsmonument Slavernijverleden in de stad. Dit monument is al geruime tijd een wens van een belangrijk deel van de Tilburgse bevolking. Het onderwerp staat midden in de actualiteit en vanuit verschillende organisaties en bewonersgroepen is de betrokkenheid groot.
Wij zijn gevraagd om voor dit Herdenkingsmonument Slavernijverleden een schetsontwerp te maken. Het betreft een ruimtelijk kunstwerk in de publieke ruimte. Voor ons is dit een bijzondere opdracht en een grote eer. Het project heeft een duidelijke maatschappelijke relevantie en wij hopen met dit schetsvoorstel een bijdrage te leveren.
Aan kunstwerken in de openbare ruimte worden altijd voorwaarden gesteld. Een belangrijk uitgangspunt is dat het ontwerp de statuur van een monument heeft. Voor dit schetsvoorstel hebben wij ons gebaseerd op de inhoudelijke richtlijnen van de begeleidende commissie.
Het kunstwerk dient hoopvol, toekomstgericht en verbindend te zijn, maar ook het verleden van gevangenschap en lijden zichtbaar te maken. Het werk moet zintuiglijk ervaarbaar zijn en uitnodigen tot reflectie en gesprek. Trefwoorden zijn: verleden – heden – toekomst, het volledige verhaal van slavenhandel tot vandaag, vrijheid en een gezamenlijke toekomst.
Wij realiseren ons dat het onmogelijk is om dit volledige verhaal in één kunstwerk te vangen. Ons streven is om het zichtbaar en tastbaar aanwezig te maken in de publieke ruimte. Het monument kan zo aanleiding zijn tot gesprek, herdenking en viering van vrijheid, en biedt ruimte voor samenkomst en ceremonie.
Het beeld bestaat uit een bronzen sculptuur met meerdere verbonden onderdelen. Twee monumentale, abstracte vormen – schakels van een ketting – vormen de basis. De schakels grijpen in elkaar en zijn zichtbaar opengebroken, als verwijzing naar verbroken ketenen: Keti Koti.
De vormen zijn geometrisch en taps toelopend. De openingen zijn scherp en lijken met kracht geforceerd. Eén schakel ligt plat op de grond, de andere rijst schuin omhoog. De opgaande lijn en de opening bovenin geven de vorm een expressie van kracht, als een schreeuw én een hoopvol gebaar.
De schakels zijn niet glad of gepolijst, maar tonen sporen van gebruik: beschadigingen en littekens. Ze dragen geschiedenis in zich – een zware en donkere geschiedenis – en functioneren als krachtig symbool. Tegelijk roepen ze associaties op met ankerkettingen uit de scheepvaart en daarmee met de wereldwijde slavenhandel.
Op de liggende schakel is een zitvlak gecreëerd waarop een figuratief element is geplaatst: een jong meisje. Zij vormt een tegenhanger van de abstracte vormen en positioneert het beeld nadrukkelijk in het heden.
Het meisje is realistisch vormgegeven, gebaseerd op een bestaand model van circa acht jaar oud. Ze draagt hedendaagse kleding en zit ontspannen maar statig. Met haar hand raakt zij bewust de schakel aan. Dit contactmoment is essentieel: het verbindt heden en verleden.
Een belangrijk element in het beeld zijn de ‘Trade Beads’. Deze glazen kralen, oorspronkelijk geproduceerd in Europa, werden gebruikt als betaalmiddel in de slavenhandel. Ze symboliseren de ontmenselijking die daarin plaatsvond.
In het beeld zijn deze kralen vertaald naar gouden bolletjes. Ze concentreren zich rond de hand van het meisje en lijken uit de schakelvorm te ontstaan. Vanuit dit punt verspreiden ze zich over haar lichaam en haar haar.
De kralen verwijzen niet alleen naar het verleden, maar ook naar culturele expressie en identiteit. In de uitwerking krijgt de haardracht daarom bijzondere aandacht.
De beoogde locatie is het Burgemeester van Stekelenburgplein in Tilburg, een centrale plek nabij het station. Het plein kent een constante sociale dynamiek en maakt deel uit van het dagelijks leven in de stad.
Deze plek biedt ruimte voor herdenking, ontmoeting en reflectie. Het monument moet zichtbaar, toegankelijk en geïntegreerd zijn in de stedelijke omgeving. Het combineert een ceremoniële functie met een dagelijkse aanwezigheid.
Het beeld is ontworpen met een zekere monumentaliteit en herkenbaarheid, zonder nadrukkelijk om aandacht te vragen. De gelaagdheid en de aanwezigheid van het meisje nodigen uit tot nabijheid en betrokkenheid.