Aanleiding

Aan ons is de vraag gesteld om voor de drie rotondes aan de Laan van Othene in Othene-Zuid een kunsttoepassing te ontwerpen. De kunstwerken voor de drie afzonderlijke rotondes moeten als vanzelfsprekend in de omgeving van de woonwijk passen, maar ook op enige wijze als een coherent geheel te ervaren zijn. Daarnaast wordt gevraagd rekening te houden met de eerder gerealiseerde beelden op de rotondes in Othene-noord.

De Laan van Othene, waar de rotondes onder deel van uitmaken, is de centrale verkeersas van noord naar zuid in Othene. Het is een prominente laan en een van de hoofdstructuren in de opzet van de wijk. Het is als het ware de ruggengraat van deze nieuwe woonwijk, zowel van Othene-Noord als van Othene–Zuid. In onze optiek is het vooral de functie als verkeersader die op dit moment bepaalt hoe deze laan ervaren wordt. De rotondes zijn in eerste instantie knooppunten in de infrastructuur, maar zijn ook belangrijke oriëntatiepunten.

Het intensieve gebruik in de routing door de wijk, stuurt voor een belangrijk deel de identiteit van deze openbare ruimte. Het is vooral een verkeersruimte, daardoor blijft de ruimte anoniem en is het nog niet echt een bewonersruimte. We zien ook dat de laan breed is opgezet met een middenberm en met vrij liggende fietspaden. Zowel de middenberm als de beide zijbermen, die de fietspaden van de rijweg scheiden, zijn royaal ingeplant met bomen. Het zijn platanen, een echte stadsboom met een statig karakter. De aanplant is nu nog jong, maar door de aanwezigheid van deze bomen zal de Laan van Othene zich op den duur ontwikkelen tot een monumentale laan met een groen karakter.Daardoor kan er op deze laan ook zeker een parkachtige sfeer ontstaan.

4 Elementen in een beeldvoorstel

Ons voorstel heeft betrekking op drie beelden op de drie rotondes. Een van de dingen die wij met onze beelden willen, is het in aanleg aanwezige parkachtige karakter van de laan benadrukken. Als je de opzet van de laan ziet als een enscenering, dan vormen de rotondes daarin een vanzelfsprekend podium. Om die sfeer te benadrukken hebben wij voor de opzet van ons beeldvoorstel vooral gekeken naar

klassieke parkbeelden. In het klassieke parkbeeld waar wij op doelen is er veelal sprake van een figuratie die op een sokkel is geplaatst. Daarnaast heeft de figuratie vaak ook een scènematige verwijzing. Wij hanteren een eigen hedendaagse beeldtaal, maar onze beelden zijn wel op een vergelijkbare wijze opgebouwd. De sokkel is in ons voorstel echter een volwaardig beeldelement en een belangrijk onderdeel in het geheel.

Wij vinden dat iedere rotonde zijn eigen identiteit moet krijgen, zodat er telkens een zelfstandige entree voor elk deel van de wijk ontstaat. Telkens een apart hoofdstuk in een groter verhaal. Wij zien de laan en de daarop aanwezige rotondes als één geheel. Dat er dan ook inhoudelijk sprake is van een onderlinge relatie, lijkt ons vanzelfsprekend. Passend in de omgeving betekent voor ons ook dat wij aansluiting zoeken bij het wonen in deze wijk. Het menselijk aspect van ons bestaan voert daarom de boventoon in ons beeldvoorstel. We willen op die manier de ruimte verpersoonlijken en een relatie leggen met de bewoners. Wij doen dat door menselijke kwaliteiten en eigenschappen centraal te stellen en te verbeelden aan de hand van vier natuurelementen.

Het is een eigen beeldende interpretatie van een begrip dat zijn oorsprong vind in de Griekse Oudheid. Het gaat hier om de natuurfilosofie die stelt dat de fysieke wereld is opgebouwd uit vier elementen; aarde, water, lucht en vuur. De elementen staan voor die krachten of eigenschappen die de aard van de materie bepalen; de aanwezigheid en de verhouding van één of meerdere van deze elementen bepaalt hoe materie zich manifesteert. Tegenwoordig wordt de metafoor van de vier elementen vooral toegepast om menselijk gedrag en relaties inzichtelijk te maken. Dat is in feite wat wij in ons beeldvoorstel ook willen doen. Elk van de afzonderlijke elementen verbeeld daarin een specifiek menselijke kwaliteit of eigenschap die van invloed is op de sociale dynamiek in een woonwijk. Dit is het inhoudelijk verband tussen de rotondes, de rode draad in ons voorstel.

3 Broers op het water

In zeeland is het water nooit ver weg. Dat geldt voor Terneuzen, maar ook voor Othene. Met het element water willen wij hier dan ook beginnen. Het element water staat voor menselijke eigenschappen die te maken hebben met flexibiliteit en sociale cohesie. Als beeld is dit element vloeibaar, stromend en bewegelijk. Water zoekt altijd een weg, vaak naar ander water. In het menselijk aspect is dit het verbindend vermogen: de kwaliteit om contact te maken. Eb en vloed, komen en gaan. Gezond water stroomt en is in beweging. Het is waarin ook een metafoor voor het veranderlijke en procesmatige als zodanig.

In onze beeldopbouw gebruiken letterlijk het water als basis voor elk beeld op alle drie de rotondes. Het is de verbinding met de omgeving, de sokkel waar de andere elementen zich op kunnen manifesteren. De wijze waarop wij het water vorm willen geven, is aan de hand van een schematisch model van een watermolecuul. Twee kleine bollen (de waterstofatomen) zijn op één halfrond verbonden met een grotere bolvorm ( het zuurstofatoom). De bollen lopen naadloos in elkaar over en zijn in één geheel gemaakt van glanzend witte kunststof, spekglad en “ nat ”-glanzend. Dit is de vorm die op elk van de rotondes terug komt; een moderne sokkel die we in verschillende posities kunnen plaatsen

Aarde

Bij het aarde element gaat het vooral om kenmerken als stabiliteit, evenwicht en standvastigheid. Het is geen bewegelijk element, eerder fundamenteel, niet flexibel. Het is een metafoor voor dat wat voedt, een kracht die alles doet groeien. Het vermogen om te bouwen, standvastig en vol vertrouwen, maar bovenal is hier sprake van de menselijke kracht die in staat is dingen te doen groeien. In het beeld zien wij op het watermolecuul een bronzen manfiguur die zich triomfantelijk omhoog strekt. Hij staat op één been, zijn rechterbeen is zijwaarts uitstrekt. Het standbeen is gespierd en de voet doet denken aan de hoef van een Zeeuws trekpaard. Hij staat volkomen in evenwicht, als een boom op de bolsokkel gepland. De rechterarm is alleen in aanleg op de torso aanwezig, de linkerhand ligt daarentegen prominent op het centrum van de romp. Het hoofd strekt zich verder omhoog. Behalve een aanzet van een tuitende mond is het hoofd verder ongedifferentieerd. Uit de tuitende mond ontspruit een boomtakje waarop zich aan de uiteinden een eerste aanzet van bloesem of fruit ontwikkeld. Trots en vol overgave wordt hier een boompje gezongen.

Vuur

Veel van de kenmerken van de elementen liggen voor de hand en zijn ook volop in onze beeldspraak aanwezig. Zo staat het element vuur natuurlijk voor warmte en energie. Daaraan koppelen wij eigenschappen als gedrevenheid, passie en hartstocht. Het is een dynamisch element, een aanjager van gebeurtenissen. Het vuur staat voor de menselijke kwaliteit en energie om dingen te realiseren. In ons beeld staat het vuur op water, dat lijkt een tegenstrijdigheid, een onmogelijkheid wellicht. Maar het is juist het element vuur dat verhaalt over de menselijke kracht en de passie het onmogelijke te realiseren; in onze verbeelding kun je dan ook de zon in je handen houden. Ook hier staat een bronzen manfiguur op de watersokkel. Op een vergelijkbare manier gemodelleerd, maar in een veel actievere lichaamshouding. De knieën gebogen, de buik vooruit en de armen in een werphouding boven de romp geheven. Zijn handen gaan op in een stralende bol en alles ademt een sfeer van speelse dynamiek. Alsof deze figuur in zijn enthousiasme zijn omgeving wil meevoeren in een olympisch spel.

Lucht

Lucht is het vierde element en het symboliseert ruimte en materiële leegte. Het representeert kenmerken die daar mee te maken hebben; het verlangen naar ruimte en vrijheid, het zoeken naar mogelijkheden en oplossingen, de drang achter de horizon te willen kijken. Het verwijst naar het visionaire vermogen van de mens. Het verhaalt van fantasie en het vermogen te dromen, waardoor wij mensen in staat zijn om onze werkelijkheid te vergroten. Deze bronzen manfiguur strekt zich ver voorover en hij houdt met zijn voeten nog maar net contact met het watermolecuul. Het kan haast niet anders, want zijn armen gaan als vanzelfsprekend over en een grote schroef of propeller. Daarin ligt een grote kracht verscholen die zich door de lucht wil wentelen en die hij nog maar net onder controle heeft. Zijn hele lichaam is al in aanzet getordeerd. Hij draait zichzelf bijna zijn sokkel en wil daarbij eigenlijk de hele wereld met zich meetrekken.

“ Drie Broers op het Water ”

is de titel van deze beeldengroep. Ze zijn duidelijk verwant aan elkaar, zo zijn ze gemodelleerd. Het is familie en dat is ook een verwijzing naar de sociale context als geheel. De figuren ontwikkelen zich als helden in een klassiek epos. Het zijn ook haast mythische karakters met hier en daar een vervreemdende fysiek. Ieder van hen getuigd op een geheel eigen opwekkende manier van een bijzondere kracht of gave. Hoe heldhaftig of heroïsch de figuren ook poseren, er is ook iets aandoenlijks in de manier waarop ze gemodelleerd zijn. Daardoor staan ze dicht genoeg bij de mens om je er mee te kunnen identificeren. Elk beeld kan ervaren worden als een persoonlijk karakter, niet zozeer door een gedetailleerde uitwerking van lichaamskenmerken, maar meer doorv lichaamstaal en persoonlijke attributen. Zij geven daarmee elke rotonde een eigen identiteit. Aan ons is de vraag gesteld om voor de drie rotondes aan de Laan van Othene in Othene-Zuid een kunsttoepassing te ontwerpen. De kunstwerken voor de drie afzonderlijke rotondes moeten als vanzelfsprekend in de wijk passen, maar ook op enige wijze als een coherent geheel te ervaren zijn.

Dit en Othene Noord

De opdrachtformulering vraagt om een niet te groot contrast met de beelden van Ineke Visser op de rotondes in Othene-Noord. Dat er een contrast is, dat is duidelijk en tegelijkertijd onvermijdelijk. Wij hebben nu eenmaal een eigen ideeënwereld en vormtaal, daar zijn wij ook om gevraagd. Dat beide kunsttoepassingen in het verlengde van elkaar kunnen bestaan, daar zijn wij van overtuigd. Het contrast dat er is, is in onze optiek niet confronterend. Juist omdat er het verschil is, kun je de beide beeldinvullingen ook los van elkaar zien en als zodanig beleven. Bovendien zijn er overeenkomsten; in beide gevallen is er sprake van een duidelijke beeldengroep, wordt er gebruik gemaakt van een verhalend element en worden er vooral natuurlijke beeldelementen gebruikt.

Technische uitvoering

In de uitvoering van de beelden zijn er twee materialen zichtbaar. Voor het waterelement, de sokkel, gebruiken we glasvezel versterkt polyester, die afgewerkt is (gespoten) met een zeer harde hoogglans twee componenten (DD)lak. Deze molecuul vorm is het grootste volume in het beeld, het is een holle vorm, maar door voldoende wanddikte zal er een sterk en solide geheel zijn. Glasvezel versterkt polyester heeft zijn kwaliteiten bewezen in bijvoorbeeld de autoindustrie en zwembadenbouw. Wij zullen hierin samenwerken met Starline Industries uit Twello.

De drie figuraties worden uit gevoerd in brons. Wij leveren daarvoor een uitgewerkt model op ware grote aan bronsgieterij Kemner in Cuijck, zij verzorgen dan het gietwerk in brons. Het brons gietwerk zal eerst worden gestraald en daarna op een aantal plekken ook worden gepolijst. Het geheel heeft daardoor een diep “gouden” bronskleur en die plekken die dan ook nog hoogglanzend gepolijst zijn krijgen daarin extra aandacht. Wij willen deze originele bronskleur behouden, het brons wordt daarom niet gepatineerd, maar van een laklaag voorzien.

Brons is een materiaal met een rijke klassieke uitstraling, daarom kiezen wij er ook voor. De combinatie met een modern materiaal als hoogglans polyester, is in onze ervaring bijzonder. Door het contrast versterken beide materialen elkaar; het brons wordt nog meer brons en het polyester krijgt een haast porseleinen uitstraling. De beelden als geheel verkrijgen daardoor een zekere rijkdom en zullen als een sierraad in de omgeving ervaren kunnen worden.